Nederlanders op Deshima (Nagasaki) |
|
De Nederlanders op het schiereilandje Deshima in Nagasaki
In 1543 hadden de eerste Portugezen Japan bereikt. Francis Xavir was de eerste missionaris die in Japan voet aan land zette. Hij arriveerde in 1549 en vertrok in 1551 en liet het zendingswerk aan bekeerlingen over. De jezuïeten die na hem kwamen vestigden een waar religieus monopolie. In 1579 behoorden zelfs zes Daimyo tot hen. Een van hen, Omura Sumitada, heerste over een afgelegen deel van het noordwesten van Kyushu, waar een natuurlijke haven lag. Hier bouwde Omura met Portugese hulp Nagasaki, waar de meeste Portugese schepen aanlegden en dat spoedig een rijke smeltkroes van Oosterse en Westerse culturen werd.
In 1600 had Japan een nieuwe machthebber gekregen: Shogun
Tokugawa Teyasu. Het nieuwe sterke gezag van deze shogun zou een radicale ommekeer betekenen voor de verhouding met de Europeanen. Zes jaar na de eerste Europeanen arriveerde de beroemde jezuïet Franciscus Xaverius, die twee jaar in het land bleef en een aanvang maakte met de missionering. In het begin van de 17e eeuw werden de Portugezen uit Japan verbannen. Zij waren te ijverig om zieltjes te winnen (en zagen de Nederlanders hun kansen) en begonnen zich in Nagasaki te verstigen.
De Nederlandse handelspost Deshima Toen in 1640 Japan zich volledig afsloot van de buitenwereld, mochten alleen de Hollanders blijven. Zij kregen een verplichte verblijfplaats toegewezen op het kunstmatige schiereilandje Deshima. Nagasaki was de eerste Japanse haven die handelscontacten met het buitenland tot stand bracht. Gedurende de 220 jaar van Japans afsluiting van de buitenwereld was Nagasaki de eerste Japanse haven die handelscontacten met het buitenland tot stand bracht. Dit alles gebeurde dus via de Hollanders die op Deshima verbleven. Heden ten dagen is er een reconstructie van het eiland te zien in het Deshima Historische Museum. Achter de Orandazaka ofwel Hollander-helling, een klinkerstraat achter het station, staan 19de-eeuwse Nederlandse herenhuizen. In de periode van isolement van 1639 tot 1854 waren de Nederlanders de enige westerlingen die met Japan handel mochten drijven. De nuchtere protestantse Nederlanders betoonden veel minder bekeringsdrift dan de katholieke Portugezen. Het was in feite zelfs zo dat toen de Nederlanders eenmaal wisten van de aversie die de Japanners koesterden jegens het katholieke geloof, zij er alles aan deden om te vermijden dat geloofskwesties de (handels)relaties tussen beide landen (eigenlijk tussen de VOC en Japan) zouden kunnen kelderen. Hun invloed op de Japanners was dan ook vrij beperkt en werd vanuit Japan bewust beperkt gehouden, zodat de Nederlanders van alle buitenlanders het minste gevaar vormden.
| |
 |
 |
|
|